Het aantal daklozen in Nederland daalt niet meer…

Op 26 maart maakte het CBS bekend dat het aantal daklozen het afgelopen jaar is geschat op circa 30.600, een stijging van 15% ten opzichte van een jaar eerder. Hoewel het om een schatting gaat, reageren hulporganisaties geschokt. Het Leger Des Heils zegt ‘zwaar teleurgesteld’ te zijn in de cijfers. Ook roept het de overheid op om zo snel mogelijk minstens 10.000 extra woonplekken voor daklozen te regelen en daarnaast voor een structurele oplossing te zorgen.

Om te kunnen inschatten hoeveel mensen in Nederland dakloos zijn, telt het CBS het aantal daklozen dat ergens is geregistreerd: mensen die bij de reclassering bekend zijn, een postadres hebben bij de opvang of een bijstandsuitkering voor adresloze personen ontvangen. Daarbovenop maakt het CBS een schatting van mensen die niet terugkomen in zulke administraties, maar die wel dakloos zijn. Daklozen onder de 18 of boven de 65 jaar worden niet meegenomen in die berekening, omdat zij door hun leeftijd niet kunnen voorkomen in het bijstandsregister. Van het totale aantal daklozen is 8 procent niet in Nederland geboren, maar in een ander Europees land.

Op de dag dat deze cijfers bekend werden gemaakt, liep ik mee met Curbiën, een 45-jarige dakloze in Rotterdam. Ik kwam hem per toeval een paar weken terug tegen toen ik voor een opdracht vlakbij de Pauluskerk moest zijn. Hij oogde vriendelijk en al snel volgde er een klein praatje. Onderweg naar de automaat om zijn chipkaart op te laden raakten we in gesprek over hoe hij in deze situatie is beland. Omdat ik zijn verhaal interessant vond, gaf ik hem mijn kaartje, zodat we in contact kunnen blijven. Een dag later belde hij al wanneer we een keer samen op pad gingen, die afspraak volgde snel.

Curbiën vertelde dat hij drie jaar geleden in Spijkenisse woonde toen het niet goed met hem ging. Hij werkte als souschef in het Hilton Hotel maar kwam vaak te laat en er ging het een en ander mis. Uiteindelijk werd hij ontslagen, ‘het was ook mijn eigen schuld’. Hierdoor kreeg hij geen inkomsten meer en raakte hij in de schulden. Niet veel later werd hij zijn huis uitgezet. Na een tijd bij vrienden en kennissen te hebben geslapen kwam hij echt op straat te staan, dat is nu ruim drie jaar geleden. Nu is hij in Rotterdam, waar hij rondzwerft. Hij slaapt in de portiek van de Cinerama aan de West-Blaak, met toestemming van de eigenaar. Ook is hij vaak te vinden bij de Pauluskerk, een plek waar daklozen warm binnen kunnen zitten. Daklozen kunnen hier ook terecht voor eten en drinken, een douche en gratis zorg.

We lopen door de stad langs plekken die belangrijk voor hem zijn. Bij het kantoor van het Rode Kruis aan de Mauritsweg is Curbiën geen onbekende, na wat gezwaai wordt er gelijk koffie voor ons gehaald. Als extraatje krijgen we allebei ook nog een sinaasappel mee, ik geef de mijne aan Curbiën. Een stuk verder staat de marktkraam bij het Eendrachtsplein, hier helpt hij af en toe met kratjes sjouwen en opruimen. De dames achter de kraam vragen meteen hoe het met Curbiën is, hij vertelt trots dat we op pad zijn om wat foto’s van hem te maken. Aangekomen bij de West-Blaak lopen we langs zijn slaapplek, bij de Cinerama onder het afdak. Hij vertelt dat hij hier iedere avond met zijn nicht en neef ligt, ‘we houden elkaar warm ’s nachts’. Op mijn vraag hoe het is om dakloos te zijn moet hij even nadenken, na een korte stilte geeft hij aan dat hij best wel wat pesterijen heeft meegemaakt. Soms worden er voorwerpen naar hem gegooid, met een aantal beledigende teksten erachteraan. Ook vertelt hij dat het hem soms best pijn doet hoe mensen naar hem kijken. Zelf is hij gelukkig wel hoopvol over de toekomst, hij hoopt op een eigen huisje met hulp van instanties. Na een hele ochtend op pad geweest te zijn komen we weer terug bij de Pauluskerk, waar we nog even een kopje koffie drinken. Hij geeft aan dat hij een superleuke ochtend heeft gehad, en bedankt mij hiervoor. Ik bedank hem voor zijn openheid en enthousiasme voor het maken van de foto’s en vervolg mijn weg…

Categories:
Date: